De wet van 5 mei 2014 bepaalt dat er vanaf 1 januari 2025 geen verschil in behandeling meer mag zijn op het vlak van aanvullende pensioenen tussen arbeiders en bedienden in een gelijkaardige situatie. De wet van 12 december 2021 (uitvoering van het interprofessioneel akkoord) stelt deze oorspronkelijke deadline uit met vijf jaar, naar 1 januari 2030.

Elk onderscheid op basis van het statuut zal vanaf dan als discriminatoir beschouwd worden. Daarom is de WAP (wet aanvullende pensioenen) aangepast en wordt voorzien in een geleidelijke gelijkschakeling tussen arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen. 

Dit is een eerste stap in de harmonisatie van de aanvullende pensioenen voor arbeiders en bedienden met de bedoeling om tegen 1 januari 2030 tot een geharmoniseerd plan voor alle werknemers ten belope van 2,65% van het loon te komen.

De “technische bedrijfseenheid” is een begrip dat gebruikt wordt bij sociale verkiezingen of in het kader van RSZ-verminderingen en valt niet noodzakelijk samen met de juridische entiteit/vestiging (bijvoorbeeld NV, BV, ...). De TBE wordt bepaald op grond van economische en sociale criteria.

In geval van twijfel primeren de sociale criteria: er moet voldoende economische en sociale autonomie/samenhang zijn.

Heeft u nog vragen? Contacteer uw sociaal secretariaat.

Alle bedienden ressorterend onder het PC200, tewerkgesteld in een onderneming/TBE waar ook arbeiders uit de bouwsector (PC124) tewerkgesteld zijn en die niet toegewezen kunnen worden aan een andere ondernemingsactiviteit anders dan bouw.

Opgelet, indien u binnen uw onderneming meerdere ondernemingsactiviteiten heeft, wordt de toewijzing bepaald op basis van het hoofdzakelijkheidscriterium.

Studenten, leerlingen en uitzendkrachten worden in toepassing van het sectoraal aanvullend pensioenplan (SAP) niet beschouwd als Bouwbedienden. Voor deze personen dient het sociaal secretariaat andere kengetallen te gebruiken.

Wanneer werkgevers arbeiders tewerkstellen die ressorteren onder meerdere paritaire (sub)comités, betekent het hoofdzakelijkheidscriterium dat de bedienden PC200 moeten vergeleken worden met hun collega-arbeiders die tewerk worden gesteld in de hoofdactiviteit van hun werkgever.

De hoofdactiviteit is de ondernemingsactiviteit waarin de werkgever het grootst aantal voltijds equivalente arbeiders tewerkstelt (op basis van officiële sociale documenten waarbij gebruik gemaakt wordt van kengetallen en RSZ-identificatienummers). 

Het referteloon is gelijk is aan het aan sociale zekerheidsbijdragen onderworpen brutoloon aangegeven met DmfA bezoldigingscodes 1, 3 en 4, alsook vanaf 1 januari 2024 met DmfA bezoldigingscode 14, zoals dit uitdrukkelijk blijkt uit de betrokken kwartaalstaat voor de RSZ/DmfA-aangifte, maal 1,0368.

Alle bouwbedienden die in een onderneming werken die geen gelijkwaardig aanvullend pensioenplan heeft.

De werkgevers waarbij een gelijkwaardig aanvullend pensioenplan aanwezig is, dient bijgevolg de formaliteiten en voorwaarden te vervullen om niet aangesloten te hoeven worden bij het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw.

FBZ P, het Fonds voor Bestaanszekerheid voor de Aanvullende Pensioenen van de Werklieden uit het Bouwbedrijf werd aangeduid als de multi-sectorale inrichter van zowel het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw als het Construo Plan.

FBZ P heeft het beheer van het SAP Bouwbedienden toegewezen aan Pensio B die ook instaat voor het beheer van het sectoraal aanvullend pensioenplan voor de bouwvakarbeiders (het Construo Plan).

De financiering van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw zal gebeuren via een patronale bijdrage, geïnd via de RSZ. Deze bijdrage is voor elke actieve aangeslotene 2,23 % van het referteloon. 
Er is geen persoonlijke bijdrage door de bedienden.

 

  • De patronale bijdrage voor de financiering van de pensioentoezegging ter dekking van de pensioenbijdrage, de bijdrage voor de aanleg van een buffer binnen het Afzonderlijk Vermogen Pensioen Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw van Pensio B OFP en de bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86% is gelijk aan 2,105% van het referteloon. 
  • De patronale bijdrage voor de financiering van de solidariteitstoezegging ter dekking van de solidariteitsbijdrage is gelijk aan 0,085% van het referteloon. 
  • De bijdrage ter dekking van de beheerskosten, gelijk aan 0,04% van het referteloon

Sectorale aanvullende pensioenplannen waar de inrichter een FBZ is, zijn vrijgesteld van de verzekeringstaks van 4,40%.

Deze bijdrage wordt geïnd door de RSZ.

De aansluiting bij het SAP gebeurt automatisch via de DmfA-aangiften en de inning gebeurt via de RSZ. Het is echter belangrijk dat de betrokken werknemers met de juiste kengetallen worden doorgegeven door uw sociaal secretariaat.

Het rendement dat van toepassing is op de gestorte bijdragen op een individuele pensioenrekening, is minstens het wettelijk rendement. Momenteel bedraagt dit 2,50%. 

Neen voorlopig niet.

In de opstartfase van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw wordt alleen voorzien in een pensioentoezegging, waarvan de regels en modaliteiten werden vastgelegd in het pensioenreglement. In het geval van overlijden worden de opgebouwde reserves uitbetaald aan de begunstigden.

De pensioentoezegging is een pensioenstelsel van het type cash-balance dat voorziet in:

  • de opbouw van een aanvullend pensioen dat overeenkomstig de regels en modaliteiten van het pensioenreglement wordt uitbetaald aan de actieve of passieve aangeslotene bij het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw op het moment van pensionering,
  • een overlijdenskapitaal ingeval van overlijden van de actieve of passieve aangeslotene bij het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw vóór pensionering. Dit  bedrag is gelijk aan het bedrag dat op het ogenblik van overlijden van de betrokken aangeslotene op zijn individuele rekening in de pensioeninstelling staat. Dit wordt uitbetaald aan de begunstigden van de overleden aangeslotene overeenkomstig de regels en modaliteiten van het pensioenreglement.

Onder Premievrijstelling moet worden verstaan de verdere pensioenopbouw gedurende het eerste jaar van inactiviteit wegens arbeidsongeschiktheid met een maximum wachttermijn van 1 maand.

Contacteer uw verzekeraar, de mogelijkheid is er om uw pensioenstelsel aan te passen, echter dienen we voor 15 september beide attesten te ontvangen.

In het geval u niets doet, worden al uw bouwbedienden vanaf het eerste kwartaal van 2026 automatisch aangesloten aan het SAP Bouwbedienden.

Elke Werkgever, die overeenkomstig artikel 2 § 1 van deze Bijlage, gebruik wil blijven maken van de mogelijkheid om vanaf 1 januari 2026 verder buiten het toepassingsgebied van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw te vallen, moet ten laatste op 15 september 2025 per aangetekend schrijven de verklaring van de Werkgever en het actuarieel attest – opgesteld volgens de modellen bijgevoegd aan deze Bijlage - opsturen naar de Inrichter (Fonds voor Bestaanszekerheid voor de Aanvullende Pensioenen Bouwbedrijf - fbzp-fsep Constructiv, Koningsstraat 132, bus 3, 1000 Brussel). De datum op de poststempel geldt als bewijs van verzending.

Dit verzoek tot uitsluiting is eenmalig en verklaringen en attesten die na 15 september 2025 werden ingediend zullen niet meer in aanmerking worden genomen.

 

Aan de hand van de verklaringen en attesten en eventuele stavingstukken en na eventueel onderzoek beslist de Inrichter over het buiten toepassingsgebied gedekt door deze documenten en zal de Inrichter dit officieel aan de betrokken Werkgever bevestigen binnen de 2 maanden na ontvangst van de verklaring van de Werkgever en het actuarieel attest.

 

De Werkgevers die naar aanleiding van de  invoering van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw per 1 januari 2023, of nadien, officieel uitgesloten werden uit het toepassingsgebied van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw, maar uiterlijk op 15 september 2025 geen (geldig) verzoek tot verdere uitsluiting (met verklaring van de Werkgever en actuarieel attest) hebben ingediend bij de Inrichter, zijn vanaf 1 januari 2026 niet langer uitgesloten uit het toepassingsgebied van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw.

 

De betrokken Werkgevers vallen vanaf 1 januari 2026 onder het toepassingsgebied van het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw en hun Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw zullen aangesloten worden aan het SAP Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw vanaf het eerste kwartaal van 2026.

Deze Werkgevers blijven er wel toe gehouden om tot en met 2025 te zorgen voor verdere aanvullende pensioenopbouw voor de betrokken Bedienden Ondernemingsactiviteit Bouw in het bestaande (BT) ondernemingsstelsel.

1) Vaste bijdrage in percentage van het loon

indien er een Premievrijstelling voorzien is in het ondernemingsstelsel:

de pensioenbijdrage van 1,80 % van het aan de sociale zekerheidsbijdragen onderworpen brutoloon aangegeven met DmfA bezoldigingscodes 1, 3, 4 en 14, zoals dit uitdrukkelijk blijkt uit de betrokken kwartaalstaat voor de RSZ/DmfA-aangifte, maal 1,0368, dan wel aan;

 

indien er geen Premievrijstelling voorzien is in het ondernemingsstelsel:

de verhoogde pensioenbijdrage van 1,84 % van het aan de sociale zekerheidsbijdragen onderworpen brutoloon aangegeven met DmfA bezoldigingscodes 1, 3, 4 en 14, zoals dit uitdrukkelijk blijkt uit de betrokken kwartaalstaat voor de RSZ/DmfA-aangifte, maal 1,0368.

 

2) Vaste bijdrage als forfaitair bedrag

De toets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op 66-jarige leeftijd, berekend zonder toekomstige loonstijgingen en op basis van de eventueel in het pensioenreglement voorziene plafonds en andere relevante parameters zoals van kracht. Het pensioenkapitaal moet minstens 16,28 keer het maandloon bedragen of minimaal €79.348 als het om een forfaitair kapitaal gaat.

Er wordt, voor de uitvoering van de gelijkwaardigheidstoets, gekozen voor die parameters die resulteren in het laagste pensioenkapitaal. In het bijzonder zal het laagste referentieloon dat wordt gebruikt als pensioengrondslag van de aan het ondernemingspensioenstelsel aangesloten populatie genomen worden.

De gelijkwaardigheidstoets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op de leeftijd van 66 jaar en hoeft dus niet op elk moment voorafgaand aan de leeftijd van 66 jaar te worden gerealiseerd.

 

3) Cafetaria pensioenstelsels

Voor de gelijkwaardigheidstoets dient men uit te gaan van de standaardoptie voor een alleenstaande aangeslotene en van de standaard overlijdens- en/of invaliditeitsdekking.

De toets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op 66-jarige leeftijd, berekend zonder toekomstige loonstijgingen en op basis van de eventueel in het pensioenreglement voorziene plafonds en andere relevante parameters zoals van kracht. Het pensioenkapitaal moet minstens 16,28 keer het maandloon bedragen of minimaal €79.348 als het om een forfaitair kapitaal gaat.

Er wordt, voor de uitvoering van de gelijkwaardigheidstoets, gekozen voor die parameters die resulteren in het laagste pensioenkapitaal. In het bijzonder zal het laagste referentieloon dat wordt gebruikt als pensioengrondslag van de aan het ondernemingspensioenstelsel aangesloten populatie genomen worden.

De gelijkwaardigheidstoets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op de leeftijd van 66 jaar en hoeft dus niet op elk moment voorafgaand aan de leeftijd van 66 jaar te worden gerealiseerd.

 

4) Vaste prestaties

De toets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op 66-jarige leeftijd, berekend zonder toekomstige loonstijgingen en op basis van de eventueel in het pensioenreglement voorziene plafonds en andere relevante parameters zoals van kracht. Het pensioenkapitaal moet minstens 16,28 keer het maandloon bedragen of minimaal €79.348 als het om een forfaitair kapitaal gaat.

Er wordt, voor de uitvoering van de gelijkwaardigheidstoets, gekozen voor die parameters die resulteren in het laagste pensioenkapitaal. In het bijzonder zal het laagste referentieloon dat wordt gebruikt als pensioengrondslag van de aan het ondernemingspensioenstelsel aangesloten populatie genomen worden.

Indien het aanvullend pensioen binnen het ondernemingspensioenstelsel wordt uitgedrukt in een rente, dient de omzetting van de rente naar een kapitaal te gebeuren conform de regels en de omzettingscoëfficiënt opgenomen in het ondernemingspensioenstelsel.

De gelijkwaardigheidstoets gebeurt op basis van het aanvullend pensioenkapitaal op de leeftijd van 66 jaar en hoeft dus niet op elk moment voorafgaand aan de leeftijd van 66 jaar te worden gerealiseerd.