Aanvullend pensioen - Construo Plan

Via zijn Fonds voor Bestaanszekerheid Constructiv beschikt de bouwsector sinds 1964 over een aanvullend pensioenstelsel (tweede pijler). Om de toepassingsregels ervan in overeenstemming te brengen met de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) van 2003, hebben de sociale partners van de bouwsector op 1 januari 2007 een organisme voor de financiering van pensioenen (OFP) opgericht: Pensio B. Dit OFP is belast met het beheer van het aanvullend pensioenstelsel voor de arbeiders van de bouwsector (Construo Plan).

Pensioenplan van de bouwsector

 

In het kader van het pensioenplan van de bouwsector krijgt elke actieve arbeider een dotatie, die een percentage van zijn loon bedraagt, uitbetaald op een individuele rekening. Dat percentage evolueert in functie van de anciƫnniteit van de arbeider in de sector.

Bovendien wordt een aanvullende dotatie van maximaal 2.000 EUR per jaar toegekend aan de arbeiders die voldoen aan de voorwaarden van het SWT-stelsel (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), maar toch actief blijven in de sector.

Naast het pensioenluik bevat dit plan ook een solidariteitsluik, waarmee de arbeiders dezelfde voordelen kunnen genieten bij weerverlet of ziekte tijdens het eerste jaar. Het solidariteitsluik dekt ook overlijden tijdens de loopbaan. De door het plan toegekende rentevoet is het wettelijke minimumrendement dat van toepassing is op de werkgeversbijdragen, nl. 1,75% sinds januari 2016.

Vanaf 1 januari 2016 werd dit wettelijk minimumrendement, gezien de context van extreem lage rentevoeten, gewijzigd naar een variabel rendement dat jaarlijks herzien zal worden. Voortaan is deze rentevoet afhankelijk van een percentage (65% in 2016 en 2017) van het gemiddelde van de laatste 24 maanden van de rendementen van Belgische obligaties op 10 jaar.
Een ondergrens werd vastgesteld op 1,75% en een bovengrens op 3,75%. De nieuwe rentevoet is zowel van toepassing op de opgebouwde reserves als op de nieuwe bijdragen tot de volgende herziening.

Het gaat om de verticale methode of methode van de spaarrekening. In 2017 is het de rentevoet van 1,75% die van kracht is. Van 2003 tot 2015 bedroeg deze rentevoet 3,25%. Op te merken valt ook dat de sociale partners van de bouwsector een gunstig gevolg gegeven hebben aan het verzoek van de sector Transport en Logistiek om hen te helpen bij het operationeel beheer van hun sectoraal pensioenplan. In deze context hebben de twee sectoren in april 2012 een Economisch Samenwerkingsverband opgericht dat ‘Pro Pensio’ heet.
 

Financiering van de pensioentoezegging


Het Construo plan, beheerd door Pensio B, is van het type ‘cash balance’. De financiering ervan wordt verzekerd door het Fonds voor Bestaanszekerheid voor de Aanvullende Pensioenen van de werklieden uit het Bouwbedrijf (fbzp-fsep Constructiv), de inrichter van het Construo plan.

Fbzp-fsep Constructiv keert driemaandelijks een bijdrage uit aan Pensio B. Voor het pensioenluik komt dit bedrag overeen met het geraamde bedrag van de dotaties op de individuele rekeningen van de aangeslotenen van de sector. Als de bijdragen onvoldoende blijken te zijn, worden ze aangepast in de loop van het tweede semester.

De dotaties worden gestort op een individuele rekening op naam van elke aangeslotene. Vanaf 1 januari 2014 werd het percentage van de dotatie naar boven toe herzien en varieert het tussen 0,25% en 2,65%, afhankelijk van de anciĆ«nniteit van de arbeider in de sector. Bovendien worden er sinds begin 2009 aanvullende dotaties in het pensioenplan (maximaal 2.000 EUR/jaar) voorzien voor de arbeiders die voldoen aan de voorwaarden van het SWT-stelsel, maar die beslissen om toch actief te blijven in de sector.

Concreet betekent dit dat in 2015 de leeftijdsgrens om van de aanvullende dotatie te kunnen genieten, van 58 jaar naar 60 jaar is gebracht. Voor het solidariteitsluik wordt de bijdrage geraamd op basis van een solidariteitspercentage. Deze bijdrage kan aangepast of zelfs aangevuld worden in de loop van het jaar.